donderdag , 20 september 2018
Home » Authenticiteit van de Bijbel » Heeft Polycarp het geschrift van Johannes overgeleverd?

Heeft Polycarp het geschrift van Johannes overgeleverd?

Er zijn christenen die claimen dat Iranaeus van polycarp heeft vernomen dat het huidige geschrift van Johannes is opgetekend door Johannes de zoon van Zebedeus.

Als we echter naar het werk van Iranaeus kijken geeft hij geen enkele referentie naar polycarp om aan te geven dat hij – aan Iranaeus – heeft overgeleverd dat Johannes een schrift heeft opgesteld. (1)

Ten eerste is het een twijfelgeval of polycarp wel daadwerkelijk een student is van Johannes de apostel. Er waren zoals Eusebius aangeeft meerdere vroege christenen met de naam Johannes. (2)

Prof Streeter schrijft op pagina 18 van zijn werk ‘the four gospels’ het volgende; “Aristion and the Elder John, it appears from this, were in the unique position of being ” disciples of the Lord ” who ranked after the Apostles themselves as depositories of authentic tradition. Presumably they must at least have seen the Lord in the flesh. Irenaeus 1 tells us how in his youth he heard Polycarp speak of “John and the others who had seen the Lord,” and it is not impossible that Polycarp was alluding to John the Elder, though Irenaeus seems to have understood him to mean the Apostle John. Some critics wish to emend the Greek in the quotation from Papias so as to make Aristion and the Elder disciples, not of the Lord, but of the Apostles. In my own view the emendation is arbitrary and improbable. But, even so, Aristion and the Elder John are left as immediate followers of the Apostles-like Mark or Luke. That is to say, on any view, the statement of the Elder John as to the origin of Mark is the evidence of a contemporary.

Ten tweede heeft polycarp – mocht hij een student van johannes geweest zijn – geen enkele geschrift overgeleverd aan Iranaeus. Indien hij wel geschriften van Johannes had overgeleverd dan zouden de kerkvaders Eusebius en Dyonisius geen twijfels hebben over het boek openbaringen van Johannes. Volgens de twee kerkvaders is het boek namelijk niet opgetekend door Johannes de apostel, maar een andere Johannes, namelijk Johannes the Elder. (3)

Ten derde, Iranaeus, citeert de tweede brief van Johannes in zijn werken en kent deze toe aan de apostel Johannes. Ondanks dat Iranaeus deze toekent aan Johannes de apostel, zien we dat Origenes overlevert dat er ‘twijfels’ bestaan over de auteur. Mocht Iranaeus dit op sterke autoriteit van Polycarp overgeleverd hebben dan zouden die twijfels niet bestaan. Want als een leerling van de apostel het heeft overgeleverd dat het diens werk is waarom zouden enkele kerkvaders dan twijfelen aan het geschrift? (4)

Iranaeus schrijft het volgende; “There are also those who heard from him that John, the disciple of the Lord, going to bathe at Ephesus, and perceiving Cerinthus within, rushed out of the bath-house without bathing, exclaiming, “Let us fly, lest even the bath-house fall down, because Cerinthus, the enemy of the truth, is within.” And Polycarp himself replied to Marcion, who met him on one occasion, and said, “Dost thou know me? “I do know thee, the first-born of Satan.”. (5) Iraneaus geeft dus aan dat hij van anderen heeft vernomen die het weer hebben vernomen van Polycarp dat hij heeft overgeleverd dat Johannes naar Efezie was vertrokken. Dus alle informatie van Polycarp heeft hij niet direct van Polycarp zelf vernomen.

Ten vierde zien we dat Ignatius van Antiochie in het jaar 110 een brief schrijft aan de Efeziers, waarin hij geen enkele vermelding maakt van Johannes. Alhoewel volgens Iranaeus, Johannes, een periode was verbleven in Efezie. Niettemin schrijft Ignatius wel uitgebreid over Paulus die zeker 50 jaar eerder daar heeft geleefd. Dit is ook wat Geza Vermes benadrukt in zijn boek namelijk dat er geen enkel bewijs is dat Johannes in Efezie verbleef en dat de brief van Ignatius een bewijs vormt dat hij daar nooit is geweest. (6)

Ten vijfde waren er ten tijde van Iranaeus, aanhangers van Marcion van Synope die de authenticiteit van het geschrift niet accepteerden. Ook in de latere eeuwen bleven er voldoende geleerden waaronder Faustus die de authenticiteit ervan niet accepteerde. Ondanks dat een deel van deze groeperingen actief waren ten tijde van Iranaeus geeft hij nergens aan dat hij het Bijbelgeschrift van Johannes via Polycarp heeft gekregen of vernomen.

Ten zesde zijn er genoeg toevoegingen gedaan aan het schrift, zoals johannes 7:53-8:11 of johannes 21:24, al zou Johannes het opgetekend hebben er bevinden zich toevoegingen (johannes 21:24) aan het geschrift die net zo oud zijn als de oudst mogelijke manuscripten. (8)

Ten zevende eusebius geeft aan dat Iranaeus heeft overgeleverd dat Polycarp hetgeen verkondigde wat hij had gememoriseerd. Nergens geeft hij aan dat Polycarp de geschriften van Johannes had en deze heeft overgeleverd, wat hij slechts aangeeft is dat Polycarp hetgeen verkondigde wat hij had gememoriseerd en datgene had hij vernomen van mensen die jezus hadden ‘gezien’. Iranaeus geeft hierbij aan dat hetgeen Polycarp verkondigde in harmonie is met de geschriften. Maar nergens zegt die dat Polycarp verschillende geschriften heeft overgeleverd van apostelen. In zijn brief aan de Philippians zijn bijna de helft van de referenties die Polycarp gebruikt opgenomen uit de brieven van Paulus, alhoewel hij ook refereert uit 1 johannes en 1 petrus is dat slechts marginaal in vergelijking tot zijn citaten uit de brieven van Paulus.

Alhoewel enkele commentatoren getracht hebben om dit toe te kennen aan het feit dat de brief is geschreven aan een gemeente dat is opgericht door Paulus, is dit een drogreden. Want Ignatius in zijn brief aan de Efeziers, maakt geen enkele verwijzing naar Johannes ondanks dat hij naar een gemeente schreef waar Johannes volgens Iranaeus actief was. Wat verwonderlijk hieraan is, is het feit dat Ignatius wel Paulus in zijn brieven naar de Efeziers noemt en niet Johannes. Het is dan ook niet ongegrond om de sterke invloed van Paulus te benadrukken onder de vroege apostolische vaders. (9)

Al met al kunnen we concluderen dat Polycarp geen geschriften van Johannes heeft overgeleverd aan Iranaeus van Lyon.

 

 

 

 

 

 

 

 

(1) Irenaeus mentions Polycarp in Adv. Haer., III.3.4.

(2) eusebius schrijft het volgende;
11. But neither in the reputed second or third epistle of John, though they are very short, does the name John appear; but there is written the anonymous phrase, ‘the elder.’ But this author did not consider it sufficient to give his name once and to proceed with his work; but he takes it up again: ‘I, John, who also am your brother and companion in tribulation, and in the kingdom and in the patience of Jesus Christ, was in the isle that is called Patmos for the Word of God and the testimony of Jesus.’ Revelation 1:9 And toward the close he speaks thus: ‘Blessed is he that keeps the words of the prophecy of this book, and I, John, who saw and heard these things.’
12. But that he who wrote these things was called John must be believed, as he says it; but who he was does not appear. For he did not say, as often in the Gospel, that he was the beloved disciple of the Lord, or the one who lay on his breast, or the brother of James, or the eyewitness and hearer of the Lord.

13. For he would have spoken of these things if he had wished to show himself plainly. But he says none of them; but speaks of himself as our brother and companion, and a witness of Jesus, and blessed because he had seen and heard the revelations.

14. But I am of the opinion that there were many with the same name as the apostle John, who, on account of their love for him, and because they admired and emulated him, and desired to be loved by the Lord as he was, took to themselves the same surname, as many of the children of the faithful are called Paul or Peter.

15. For example, there is also another John, surnamed Mark, mentioned in the Acts of the Apostles, whom Barnabas and Paul took with them; of whom also it is said, ‘And they had also John as their attendant.’ Acts 13:5 But that it is he who wrote this, I would not say. For it not written that he went with them into Asia, but, ‘Now when Paul and his company set sail from Paphos, they came to Perga in Pamphylia and John departing from them returned to Jerusalem.’ Acts 13:13

16. But I think that he was some other one of those in Asia; as they say that there are two monuments in Ephesus, each bearing the name of John.
17. And from the ideas, and from the words and their arrangement, it may be reasonably conjectured that this one is different from that one”.

Eusebius schrijft verder het volgende; 7. Therefore that he was called John, and that this book is the work of one John, I do not deny. And I agree also that it is the work of a holy and inspired man. But I cannot readily admit that he was the apostle, the son of Zebedee, the brother of James, by whom the Gospel of John and the Catholic Epistle were written.

(3) Eusebius, kerkvadergeschiedenis, 7:25, 1-16.

(4) http://biblehub.com/…/barnes_n…/second_epistle_of_john_-.htm

(5) Iranaeus, against heresies, book3, chaper 3, section 4.

(6)Geza Vermes, The passion, 23. Zie ook; Ignatius, brief aan de efeziers, hoofstuk 12. Zie ook Kenneth Berding, Who Was Polycarps mentor, Paul or John?, 141.

(7) Rahmetullah Karanvi, izhar Ul haqq, part1, 1-32.

(8) In Johannes 21:24 lezen we het volgende;

“24 Deze is de discipel, die van deze dingen getuigt, en deze dingen geschreven heeft; en wij weten, dat zijn getuigenis waarachtig is.”

Volgens de Bijbelgeleerde Westcott is dit een toevoeging die zeer waarschijnlijk is aangebracht door “the Ephesian Elders”.

Westcott zegt het volgende in zijn commentaar: “these two verses appear to be separate notes attached to the gospel before its publication. The form of verse 24 contrasted with that of XIX 35 shows conclusively that it is not the witness of the evangelist, the words were probably added by the Epaesian Elders, to whom the preceding narrative had been given both orally and in writing”. (Prof streeter, four gospels, 430)

Daarnaast lezen we het volgende in de Ellicott’s Commentary;

“En wij weten dat zijn getuigenis waarachtig is”.

Our first and natural thought is that these are not the words of the writer of the gospel, but the additional witness of persons knowing him and testifying to his writing. (…) And it is probable that the natural thought is the true one. BUT though the words are an addition, they are contemporaneous addition present in every important MS. (…) We cannot tell who are the persons whose words we read.

http://biblehub.com/commentaries/john/21-24.htm

(9)Kenneth Berding, Who Was Polycarps mentor, Paul or John?, chapter 5.

Check Also

index

Drie sterke punten in debat met Evangelisten

Punt 1; Welke Pentateuch is authentiek en geïnspireerd? De Hebreeuwse Pentateuch, De Griekse vertaling, of …