maandag , 19 november 2018
Home » Contradicties in de Bijbel » Kunnen profeten grote zondes begaan?

Kunnen profeten grote zondes begaan?

Volgens het Oude Testament kunnen profeten grote zondes begaan.

Zodoende lezen we dat David (vrede zij met hem) overspel pleegt met een vrouw en daarna haar echtgenoot de dood instuurt. (1)

Daarnaast lezen we dat Aaron (vrede zij met hem) aan afgoderij doet, door bewust een kalf te maken die aanbeden werd door de Israelieten. (2)

Evenzo lezen we dat Lot (vrede zij met hem) overspel pleegt in dronken toestand met zijn twee dochters, waarna ze zwanger raken en dat Salomon (vrede zij met hem) afgoderij begaat.

Volgens de christenen kunnen de profeten grote zondes begaan, echter brengt deze claim de benodigde problemen met zich mee;

1: als een profeet grote zondes heeft begaan zoals profeet David die overspel heeft gepleegd, hoe gaat hij dan de mensen oproepen om de wetten van de Thora te volgen, gezien het feit dat hij ze zelf niet eens volgt?

2: Waarom zegt Jezus (vrede zij met hem) het volgende (3);

“34 Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens onder de vleugelen vergadert; en gijlieden hebt niet gewild?”.

marcus 12: 1-9 staat het volgende;

“En toen het de tijd was, stuurde hij een slaaf naar de landbouwers om van de landbouwers zijn deel van de opbrengst van de wijngaard te ontvangen.

3 Maar zij grepen en sloegen hem, en stuurden hem met lege handen weg.
4 En hij stuurde weer een andere slaaf naar hen toe, en die stenigden zij en zij verwondden hem aan het hoofd en stuurden hem weg, nadat hij schandelijk behandeld was.
5 En weer stuurde hij een andere en die doodden zij; en vele anderen, van wie zij sommigen sloegen en sommigen doodden.
6 Toen hij dan nog één zoon had, die hem lief was, heeft hij ook die, als laatste, naar hen toe gestuurd en hij zei: Voor mijn zoon zullen zij ontzag hebben.
7 Maar die landbouwers zeiden tegen elkaar: Dit is de erfgenaam. Kom, laten wij hem doden en de erfenis zal van ons zijn.
8 En zij grepen en doodden hem, en wierpen hem weg, buiten de wijngaard.”

Als profeten grote zondes kunnen begaan, zoals het Oude Testament claimt, dan zou dit betekenen dat bepaalde profeten gestenigd moesten worden. In het geval van David (vrede zij met hem) die overspel heeft gepleegd met een getrouwde vrouw, de straf hierop dat beschreven staat in het Oude Testament is namelijk dat diegene gestenigd dient te worden. (niet alleen voor overspel zie Numeri 15; 32-36). Dat betekent dus gezien het feit dat profeten, grote zondes, hebben gepleegd in het OT, dat bepaalde profeten terecht gestenigd zijn. Dit is echter in contradictie met de uitspraak van Jezus (vrede zij met hem) die juist de joden erop berispt, dat ze profeten hebben gestenigd.

3; De moslims zijn niet de enige die claimen dat de grote zondes die aan profeten wordt toegekend een toevoegsel zijn bedacht door de onderlinge strijd van de joden.

Evenzo claimt Richard Elicott in zijn werk ‘who wrote the bible’, het volgende;

“the symbol of their exclusion in Judah, was Aaron. Someone from that family, the author of E, wrote a story that said that soon after the Israelite’s liberation from slavery, they committed heresy. What was the heresy? They worshipped a golden calf! Who made the golden calf? Aaron! The detailds of the story fall into place. Why does Aaron not suffer any punishment in the story? Because no matter how much antipathy the author may have felt toward Aaron’s descendants, that autor could not change the entire historical recollection of his people. They had a tradition that Aaron was an ancient high priest. The high priest cannot be pictured as suffering any hurt from God. Because in such a case he could not have continued to serve as high priest. (4)

 

 

(1) 2 Samuël XI 2-4

(2) exodus 32-4

(3) Lucas 13;34

(4) Richard Elliott, who wrote the Bible, 72.

 

Check Also

actualiteit

De verkeerde verwijzing in Marcus 2;26

In Marcus 2:26 staat het volgende; 25En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen …